VacciCheck Antilichaam titer test; vaccineren op maat!

Zo min mogelijk vaccineren en toch weten dat je dier goed beschermd is? Dat kan met een eenvoudige test door uw dierenarts: de VacciCheck. Niet enten is geen oplossing, meten is weten! Laat daarom alleen vaccineren als het nodig is! Het vaccineren kan zo worden aangepast aan de titer, leeftijd en leefomstandigheden van uw dier.

Uit nieuwe wetenschappelijke studies blijkt dat de meeste vaccins tegen Parvo, hondenziekte en besmettelijke hepatitis minimaal 3 jaar werkzaam zijn.

Sneltest voor het bepalen van antilichaamtiters bij hond en kat: is het verstandig om het dier te enten? Er is de laatste jaren steeds meer discussie of het klakkeloos enten van dieren wel nodig is, en of het niet ook schadelijk kan zijn. Daarom wordt gezocht naar alternatieven hiervoor. Bepalen of het dier voldoende antistoffen tegen bepaalde ziektes heeft, is een goed alternatief voor vaccineren. Vroeger kon bloed van een dier opgestuurd worden om in het laboratorium te bepalen of het dier voldoende antistoffen tegen bepaalde ziektes had. Dat werd zelden gedaan, omdat men zich niet bewust was van de bijeffecten van vaccinaties en omdat vaccineren veel goedkoper was. Tegenwoordig zijn er sneltesten ontwikkeld, waardoor deze bepaling eenvoudig en snel op de praktijk uit te voeren is, een druppel bloed is al voldoende om de test uit te voeren. De VacciCheck is zo’n sneltest: een druppel bloed wordt afgenomen van een dier. Dit bloed wordt gebruikt om de hoeveelheid antistoffen te bepalen, deze test duurt 30-45 minuten. U weet dus direct de uitkomst en dan kan het dier zo nodig geënt worden. Vaak blijkt dat er voor de geteste ziekten voldoende antistoffen zijn en dat het dier de komende 1 tot 6 jaar voldoende beschermd is en niet gevaccineerd hoeft te worden tegen deze ziekten! Dan kan overlegd worden of wel gevaccineerd moet worden tegen de andere ziekten zoals de Ziekte van Weil, Kennelhoest of Hondsdolheid. Dit hangt af van de individuele omstandigheden van de hond.

Ook voor katten bestaat een sneltest. Daaruit blijkt, dat katten na vaccinatie meestal levenslang beschermd zijn tegen kattenziekte. De niesziektevaccinatie beschermt helaas niet altijd goed, dus een positieve titer betekent niet dat ze geen niesziekte kunnen krijgen. De Raad van Beheer (hondenshows),  de meeste pensions en hondenclubs accepteren de positieve uitslag van de VacciCheck als alternatief voor het verplicht vaccineren: het gaat er immers om dat het dier beschermd is tegen bepaalde ziekten, en een titerbepaling geeft meer garantie dan een vaccinatie dat het dier goed beschermd is.

Voor reizen naar het buitenland is alleen vaccinatie tegen Rabies (hondsdolheid) verplicht. In een aantal gevallen kan ook hier gekozen worden voor een titerbepaling, maar deze bepaling wordt in het laboratorium uitgevoerd.

Het uitvoeren van een VacciCheck duurt bij elkaar ongeveer 30-45 minuten. De kosten hiervan zijn € 50,-. We organiseren af en toe “VacciCheckmiddagen”. Dan nemen we eerst bloed af bij een aantal honden (of katten), en daarna kan de test voor alle dieren tegelijk ingezet worden. Dit spaart tijd, en daarom wordt op die middagen een prijs gerekend van € 37,50 per dier. Op onze websites worden deze middagen aangekondigd. Mocht de hond of de kat toch nog (deels) gevaccineerd moeten worden, dan kan dat aansluitend gedaan worden.

De tarieven voor vaccinatie zijn dan: DHP (cocktail): €25,-,  Ziekte van Weil: € 25,-,  Kennelhoest ( neusenting): € 30,-, Parvo: € 26,-,  Rabies: € 30,-.
Als er meer vaccinaties worden gegeven, geldt er een korting.

De VacciCheck meet de waardes van antilichamen tegen: besmettelijke hepatitis (HCC), Parvovirus (CPV) en Distemper (CDV) en helpt uw dierenarts te bepalen of inenten noodzakelijk is. Dit zijn de virussen, waartegen de “cocktailenting” beschermt. Hierdoor kunnen individuele inentingsschema’s voor pups opgesteld worden en kan na een inenting getest worden of deze effect heeft gehad. Ook kan op geleide van een titerbepaling bepaald worden of (her-)enten noodzakelijk is, wat van belang kan zijn voor zieke dieren, oudere dieren, dieren die in het verleden niet goed op inentingen bleken te reageren, maar ook voor dieren waarvan de eigenaar niet wil (over-)enten. Tot nu toe werd het uitvoeren van serologische tests om een individueel vaccinatieschema op te stellen gezien als service en werden deze tests nooit geëvalueerd. Inmiddels hebben veel praktijken in het buitenland het gebruik van serologische tests om te bepalen of de antilichamentiters van dieren voldoende beschermend zijn, geïntroduceerd. De bescherming tegen de meeste virale ziekten wordt geregeld door de antilichamen in het lichaam. Deze antilichamen kunnen eenvoudig gemeten worden. De aanwezigheid van antilichamen is een indicatie van het immunologische geheugen en de mate waarin het immuunsysteem van het dier in staat is om te reageren op een toegediend antigen. Ziekten waarvoor dit inmiddels mogelijk is, zijn onder andere: canine distemper, feline en canine parvovirus, en canine adenovirus. Het meten van de waarden van antilichamen geeft dierenartsen de mogelijkheid nauwkeurig te bepalen wanneer het de beste tijd is om de puppyvaccinaties te starten en te stoppen. Zo kunnen vaccinatieschema’s voor individuele pups worden opgesteld. Een serologische test is eveneens een handig hulpmiddel na de serie pupentingen, om te bepalen of een goede immuniteit is verkregen.

Serologisch testen is zoals gezegd eveneens van groot belang voor volwassen dieren. Bij dieren met een onbekende vaccinatiegeschiedenis is het een goed hulpmiddel om te bepalen welke inentingen nog gegeven dienen te worden. Ook bij dieren die eerder overgevoelig reageerden op inentingen, die lijden aan een auto-immuun stoornis, last hebben van allergieën, chemotherapie ondergaan of andere ziektebeelden vertonen waarbij inenten een te grote belasting voor het lichaam zou zijn, bieden serologische tests uitkomst. Een positief testresultaat kan onnodige bijwerkingen van vaccinatie en een mogelijke terugval of verergering van de bestaande conditie voorkomen.

Velen erkennen inmiddels het nut van serologisch testen omdat het aantoont welke dieren geen booster-vaccin meer nodig hebben. Een dierenarts kan bepalen of immuniteit bij iedere pup is opgetreden, zodat de tijd dat een pup geen interactie met soortgenoten mag hebben zo kort mogelijk kan worden gehouden en er zo vroeg mogelijk met de socialisatie kan worden begonnen. Antilichamen-tests laten niet alleen de duur en status van immuniteit zien die is verkregen door vaccinaties, maar ook door natuurlijke omstandigheden. Routinematig testen geeft eveneens een goed inzicht in de effectiviteit van afzonderlijke vaccins, de ideale tijd van her-enting, passieve immuniteit en de duur van immuniteit bij gezelschapsdieren in het algemeen. De antilichamentiter van ieder dier zou jaarlijks moeten worden bepaald en het vaccinatieschema aangepast naar gelang de leeftijd, levenswijze (bijvoorbeeld veel zwemmen), omgeving en titerwaardes van het dier. Dit jaarlijkse ‘Vaccinatie-interview’ zou onderdeel moeten worden van de jaarlijkse check-up en hoeft niet noodzakelijk gevolgd te worden door een vaccinatie. Dierenbezitters zouden middels nieuwsbrieven en informatiebulletins op de hoogte gehouden moeten worden gehouden van de verschillende ziekten, nieuws op het gebied van vaccinaties, risicofactoren en de negatieve bijwerkingen van vaccins zodat dierenartsen in samenspraak met -bezitters tot een gedegen entingschema kunnen komen, dat past bij het individuele dier.

Een bericht van Dibovo:

Titerbepaling toegestaan om te voldoen aan vaccinatieplicht.

donderdag 28 januari 2016
Het komt steeds vaker voor dat huisdiereigenaren hun hond of kat niet willen laten vaccineren, maar daarvoor in de plaats een titerbepaling willen inzetten. Maar is een titerbepaling betrouwbaar en wettelijk toegestaan?
Titerbepaling goede voorspellende waarde.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geeft aan dat titerbepalingen ingezet mogen worden om aan de vaccinatieplicht te voldoen. De titerbepaling blijkt namelijk een goede voorspellende waarde te hebben van de bescherming die een dier heeft. Wel moet de dierenarts de titerbepaling goed onderbouwen en duidelijk aangeven wanneer de huisdieren ingeënt zijn of wanneer de huisdieren voor herhaling van de entingen een bezoek moeten brengen aan de dierenarts.
Bij de hond is de titerbepaling in te zetten voor Parvo, HCC en Distemper en bij de kat voor Panleukopenie. Met een titerbepaling meet je de hoeveelheid antistoffen in het bloed. Met een vaccinatie stimuleer je het dier om antistoffen te maken. Boven een bepaalde hoeveelheid antistoffen is er voldoende bescherming en is een vaccinatie dus (nog) niet nodig.
Titerbepaling en dierenpensions
Pensionhouders moeten zich nog steeds aan de wet houden, wat inhoudt dat honden en katten verplicht zijn om in ieder geval één keer gevaccineerd te zijn tegen Parvo, hondenziekte, Distemper respectievelijk Kattenziekte en Niesziekte. Vervolgens is het mogelijk om de status van de bescherming te controleren met de titerbepaling. De NVWA accepteert de titerbepaling als alternatief voor de (3-)jaarlijkse hervaccinatie, op voorwaarde dat deze voldoende onderbouwd is.
Je bent als dierenpensionhouder vrij in je keuze of je alleen dieren aanneemt met de volledige (3-)jaarlijkse entingen of dat je ook dieren aanneemt die een titerbepaling hebben gehad. Uiteindelijk ben jij verantwoordelijk dat de dieren in je pension gezond blijven.
Bron: KNMvD